Tyleen: alles voor een vast irrigatiesysteem
Tyleen is het complete systeem van slangen en koppelingen waarmee je een vast leidingnetwerk in je tuin aanlegt. Van de waterbron tot aan de sproeier of druppelslang — met tyleen onderdelen bouw je een professioneel irrigatiesysteem dat ondergronds loopt en jarenlang meegaat.
Wat valt er onder tyleen?
Het tyleensysteem bestaat uit tyleenslangen in verschillende diameters en koppelingen om deze te verbinden. De koppelingen zijn er in allerlei vormen: kniestukken voor bochten, T-stukken voor splitsingen, koppeling T-stukken voor vertakkingen en rechte verbindingsstukken om twee slangen te koppelen.
De populairste maat is de 20mm tyleenslang, die geschikt is voor de meeste tuinirrigatiesystemen. Voor kleinere aftakkingen gebruik je dunnere slang en voor hoofdleidingen eventueel dikkere.
Een tyleensysteem aanleggen
Begin met het plannen van je leidingnetwerk. Trek een hoofdleiding van je buitenkraan naar de verste hoek van je tuin. Splits deze met T-stukken naar de verschillende tuindelen. Sluit per zone een gazonsproeier, pop-up sproeier of druppelslang aan. Automatiseer met een irrigatiecomputer.
Tyleen koppelingen werken op klemverbinding: je hoeft niet te lijmen of te solderen. Bekijk ons leidingsystemen overzicht voor het complete aanbod. Bekijk ook ons leidingsystemen overzicht. Alle tyleen producten van Bradas zijn van professionele kwaliteit.
Aanlegtips voor tyleensystemen
Bij het aanleggen van een tyleensysteem is planning essentieel. Teken je tuin op schaal en bepaal waar je sproeiers, druppelslangen en eventueel extra buitenkranen wilt hebben. Reken van daaruit terug naar je waterbron om de kortste en efficiëntste routes te bepalen.
Graaf een sleuf van ongeveer 20-30 cm diep voor ondergrondse aanleg. Leg de slang in de sleuf en maak de verbindingen boven de grond, zodat je ze later makkelijk kunt controleren. Test het systeem op lekkages voordat je de sleuven dichtgooit. Markeer het tracé met paaltjes, zodat je later weet waar de leidingen liggen.
De waterdruk neemt af naarmate je verder van de bron komt en meer aftakkingen maakt. Houd hier rekening mee bij het kiezen van de diameter van je leiding. Voor de hoofdleiding gebruik je een dikkere slang, voor aftakkingen kun je dunnere slang gebruiken. Bij twijfel kies je altijd voor een iets dikkere diameter — te weinig water is erger dan te veel capaciteit.



